 |

|
|
|
Bramen uit eigen tuin
|
 |
Heeft u zich als kind tijdens een wandeling in bos of duin ook zo vaak tegoed gedaan aan deze bijna zwarte vruchten? U kent ze dan als een stekelige woekeraar die niet echt voor de tuin geschikt is. Er zijn echter ook doornloze bramen, die zeer goed toepasbaar zijn in vrijwel elke tuin. En ze dragen ook nog eens extra grote vruchten.
HerkomstDe wilde braam komt in vrijwel heel Europa voor: met emmers vol worden ze geplukt. Het was al vroeg bekend dat bramen een hoog gehalte aan vitamine A bevatten. Inmiddels kent men ook het belang van de mineralen en vruchtzuren. Door te kruisen met soorten uit de Noord-Amerikaanse hooggebergten, worden bramen al sinds 1820 gekweekt.
Voorwaarden voor een rijke oogst
- Bramen houden van zon: in de natuur groeien ze altijd op zuidhellingen of aan bosranden. Een zonnige plaats is dus onontbeerlijk.
- Zorg voor een wat zure bosgrond en geef een laagje mulch rond de kluit.
- De beste planttijden zijn de maanden maart en april.
- Zet de struiken voldoende diep in de grond. Snoei na het planten de takken tot 20 - 30 cm lengte terug.
- Breng een stevig draadwerk aan, waarlangs u de takken kunt opbinden.
- Behoudt bij de jaarlijkse voorjaarssnoei ongeveer 10 stevige scheuten per plant, dat bevordert een rijke oogst.
- Snoei na de oogst alle takken terug tot bij de grond. Zou u bramen niet snoeien, dan heeft u binnen de kortste keren zo’n ondoordringbare bos, net zoals in de de natuur.
OogstenIn de maand juli kunt u de eerste vruchten al plukken en met een beetje geluk gaat dit door tot september of begin oktober. Let bij het plukken op dat u niet al teveel vruchten in een emmertje op elkaar gooit, want anders zal er onderin de emmer alleen nog bramensap zit. De bramen zijn natuurlijk geschikt om direct op te eten, maar ze laten zich ook goed invriezen. Maak ook eens een paar potten bramenjam of bramensap. Dit laatste helpt trouwens erg goed bij maag-, darm- en blaasklachten.
|
|
|
|
 |
|
 |

|
 |