 |

|
|
|
Varens: een vleugje bos in uw tuin
|
 |
Varens groeien graag in een omgeving waar het vochtig is en alleen gefilterd zonlicht doordringt. In bossen op de ondergrond dus, waar ook allerlei mossen zich graag uitleven. De inwendige bouw van de varenbladeren is daar helemaal bij aangepast. Het bladmoes (parenchym) bezit bijvoorbeeld grote intercellulaire ruimten, waardoor de verdamping heel sterk kan zijn. Dit is dan ook de reden dat varens in het algemeen op zeer vochtige plaatsen groeien.
Een ‘kussentje’ van varensDe meeste soorten groeien in grond die zeer humusrijk is. Als je er overheen loopt veert het helemaal: een dik tapijt van reeds afgestorven en nog verterende bladeren. Daarin groeien de meeste varensoorten. Er zijn ook soorten die een plaatsje hebben veroverd in andere planten, meestal bomen. We zien dat vooral in de tropen, maar dichter bij huis komt het ook voor. Met name eikvarens willen nog wel eens kiezen voor zo’n hoge woonplaats.
Er zijn ook varentjes die op oude muren groeien. En de schubvaren (Ceterach officinarum), die veel in Zuid Europa voorkomt, groeit in de zon op rotsen. Varens vertonen onderling vrij grote verschillen in groeiwijzen. Er zijn veel soorten die wortelstokken bezitten en zich daarmee sterk uitbreiden. De bekervaren is er zo een. Andere blijven zeer compact en hebben geen neiging om steeds nieuwe gebieden op te eisen.
Varens verschillen niet alleen van vorm, ook in kleur. De Regenboogvaren (Athyrium niponicum ‘Metallicum’) bijvoorbeeld draagt deze erenaam vanwege haar vele fraaie kleuren in de bladeren. Er zijn ook varens die uitmunten door de fraaie herfstkleuren die ze in het najaar aannemen.
Varens zijn geliefd omdat van veel soorten de bladeren `s winters groen blijven. Varens bezitten ook vaak twee soorten bladeren: sommige met, en andere weer zonder bruine sporenhoopjes, die bovendien aanmerkelijk van vorm kunnen verschillen. Varens zijn op hun allermooist als ze zich in het voorjaar boven de grond ontwikkelen. De bladeren zijn dan nog opgerold en tijdens de groei rollen ze zich als een horlogeveer af. Op dat moment is bij veel soorten de schitterende beharing goed te zien.
Om hun soort in stand te houden bloeien de meeste planten. Maar varens bloeien niet. Toch hebben ze kans gezien om zich al miljoenen jaren te handhaven. Varens vormen namelijk sporenhoopjes aan zogeheten fertiele (vruchtbare) bladeren. Deze zijn bruin van kleur en zijn in verschillende grootten aan de onderkant van die bladeren aanwezig. Uit zo’n doosje komen stoffijne sporen vrij die meegedragen worden door de wind. Als ze op gunstige plaatsen terechtkomen, ontwikkelen zich daar gegarandeerd nieuwe varenplantjes.
|
|
|
|
 |
|
 |

|
 |