 |

|
|
|
Snoeigereedschappen voor bomen, hagen en struiken
|
 |
Waarom snoeien?Door te snoeien kunt u de natuur (een beetje) naar uw hand zetten. En in een vorm die u het best bevalt. Snoeien zorgt er ook voor dat planten evenwichtiger groeien en bloemen en vruchten regelmatiger terugkeren. Planten zijn het best te vormen als ze jong zijn, zodat ze nog maar weinig onderhoud vergen als ze volwassen zijn. Naast weten wanneer en hoe te snoeien, is het juiste gereedschap minstens zo belangrijk.
Welk gereedschap?Voor elke snoeiklus is er apart gereedschap, variërend in prijs en kwaliteit. Er is lichtgewicht materiaal en gereedschap werkend met afstandbediening. Belangrijk is te bedenken hoe vaak u een bepaalde schaar nodig heeft: u heeft lang niet alle snoeigereedschap nodig dat wordt aangeboden. Er zijn wel een paar punten waar al het snoeigereedschap aan moet voldoen. Het moet scherp zijn en blijven, er moet een veersysteem in zitten om niet constant veel kracht te hoeven zetten, en het mag niet te licht zijn anders raakt het snel uit zijn verband of ontzet.
SnoeischaarHeeft u een niet zo grote tuin en moet u uw gereedschap nog aanschaffen, dan behoort een snoeischaar tot de eerste aankopen. Er zijn twee soorten: dubbelzijdig en de enkelzijdig snijdende snoeischaren. De laatstgenoemde, het ‘aambeeldtype’, vraagt de minste kracht en is meestal goedkoper in aanschaf. De dubbelzijdig snijdende ‘papegaaienbek’, geeft een mooiere snede en is beter hanteerbaar op moeilijk bereikbare plaatsen. Beide scharen zijn geschikt voor kleinere takken tot maximaal 2 à 3 cm dik.
Tip Er zijn tegenwoordig ook snoeischaren te koop voor linkshandigen!
TakkenschaarVoor de zwaardere klussen is er de takkenschaar. Hij heeft langere handvatten, waardoor een soort hefboomwerking ontstaat en u minder kracht hoeft te zetten bij de dikkere takken.
BoomzaagVoor de echt dikke knoeperds is een boomzaag onontbeerlijk. Het verschil met een gewone timmermanszaag is dat de bredere tanden niet zo gemakkelijk vastlopen in het levende hout. Bovendien zaagt een boomzaag bij een trekkende beweging in plaats van een duwende, wat erg handig is bij het werken boven het hoofd. De meeste snoeizagen hebben aan beide kanten tanden, waarbij de grove tanden gebruikt worden voor het zware werk en de fijnere voor het bijwerken.
Bij dicht op elkaar groeiende takken is deze dubbelzijdige zaag echter weer onhandig, omdat al zagend schade kan worden toegebracht aan andere takken. De zogenaamde Griekse zaag heeft een gebogen blad dat uitloopt in een scherpe punt met schuine tanden. Dit is erg handig voor nauwe plaatsen. Een kleinere snoeizaag met enkel tanden aan één kant kan natuurlijk ook.
Naast dit basisgereedschap voor snoeien, zijn er nog twee handige attributen. De snoeischaar voor grote hoogten: deze kan vaak tot op 2,5 m snoeien, wordt bediend door een handel en draad en aan het uiteinde zit een haak. Door de handel omhoog of omlaag te bewegen wordt de tak afgeknipt. De haak aan het einde van de snoeischaar houdt de tak tegen.
Staan er in uw tuin een heg of heesters die in vorm gesnoeid moeten worden, dan is het laatste onderdeel van uw basis snoeigereedschap de heggenschaar. Deze snoeit niet echt nauwkeurig en is eigenlijk uitsluitend voor de heg bruikbaar: de meeste heggensoorten hebben zoveel bladknoppen dat zij een ruwe behandeling kunnen overleven.
Naast de heggenschaar met gladde snijbladen, zijn er ook met golvende snijbladen. Heeft u bijvoorbeeld een heg van de levensboom(Thuja occidentalis) of Cupressocyparis leylandii, dan is een heggenschaar met golvende snijbladen aan te bevelen. Deze hagen geven namelijk een gomachtige substantie af bij het snoeien, waardoor gladde messen snel vastlopen of stroever knippen en de takken er als het ware aftrekken. De heggenschaar met golvende snijbladen heeft daar geen last van en geeft een mooier resultaat. Heeft u meterslange hagen, dan is een elektrische snoeischaar natuurlijk de eerste keus. En laat u bij de aanschaf niet verleiden door goedkope aanbiedingen van doe-het-zelf bedrijven: vaak komt u na een aantal weken bedrogen uit.
OnderhoudHet meeste snoeigereedschap vraagt weinig onderhoud. Een druppeltje olie op de draaiende delen ná gebruik is genoeg. Maak de zaagbladen schoon met een doekje met wat olie. Heeft u zieke struiken of bomen gesnoeid, reinig het gereedschap dan met een ontsmettingsmiddel of verdund bleekwater om ziektekiemen te verwijderen. Snoeigereedschap zal aan het einde van het seizoen wellicht ook aan een slijpbeurt toe zijn. Breng het meteen weg, dan ligt in het voorjaar alles weer gebruiksklaar.
Populaire bamboesoorten Bamboe behoort plantkundig gezien tot de familie der grasachtigen (Graminea). Deze makkelijke en sterke plant onderscheidt zich op een aantal punten van andere grassen, zoals de stengelstructuur, de lengte en de bloeiwijze. Er zijn meer dan 1200 soorten omschreven, die zijn onderverdeeld in twee groepen: de dwergbamboes (kruidachtigen) en de houtachtige soorten.
Oorspronkelijk komen de bamboes uit Azië, waar ze 40 tot 50 meter hoog kunnen worden. De houtige stengels van deze reuzen worden toegepast in de meubelindustrie en er worden parketvloeren van gemaakt.
De bamboes die in Europa worden aangeboden, zijn redelijk winterhard. Deze soorten blijven ook in de winter mooi groen, maar hun bladeren kunnen door vorst of harde wind aangetast worden. U kunt ze na de winter eventueel terugsnoeien tot vlak boven de grond: de nieuwe frisgroene uitlopers maken de plant weer tot een lust voor het oog. Bamboe is een zeer snel groeiende plant. In ideale omstandigheden groeit zij hier meer dan 10 cm per dag. In Azië is zelfs een groei waargenomen van meer dan 1.20 per dag!
De bamboe is terecht zeer populair geworden als tuinplant, mede door zijn wat oosterse sfeer. Maar ook in andere tuinstijlen komt de plant prima tot zijn recht. Een bamboe staat schitterend alleen, of gevormd als haag. Gaat u een bamboe aanschaffen? Let dan op een aantal punten.
Elke bamboesoort heeft zijn eigen groeigedrag en vorm. Er zijn compact groeiende soorten, zoals de Fargesia, Phyllostachys, Chusquea, Sinarundinaria murielae, Pleiobastus en vele anderen die langzaam in de breedte groeien, maar wel redelijk snel in de hoogte. In het voorjaar maken ze ook nieuwe uitlopers rond de wortelkluit (rizomen genoemd). Deze soorten zijn er in diverse variëteiten, met bonte bladeren, zwarte stengels en andere decoratieve elementen.
De laagblijvende en middelhoge bamboes groeien in de breedte uit, zoals de Sasa, Sasaelle en de lage soorten van de Pleiobastus. U kunt ze inzetten als bodembedekker, om bepaalde vakken te vullen of in ruime potten. Aangezien de wortels zich ondergronds sterk vertakken, is het belangrijk om vooraf maatregelen te treffen. Graaf voor de hoge of middelhoge groeiers tot een diepte van 60 tot 80 cm een wortelkering in de grond. Dit moet van hard materiaal zijn, zoals steen (oude grindtegels), kunststof platen, golfplaten enz. Speciaal voor dit doel is er ook niet-doorlatend worteldoek te koop.
Voor de laagblijvende soorten is een diepte van 40 tot 50 cm genoeg. Wilt u zeker zijn dat deze woekeraar op zijn plaats blijft, neem dan een oude pot of metselspeciekuip waarvan u de bodem hebt weggesneden. Graaf deze pot in, zodat de randen niet meer zichtbaar zijn. Let wel op zijn tijd op, dat de wortels niet over de rand heen kruipen. Ongewenste wortelscheuten kunt u ook omknakken om uitbreiding te voorkomen.
Tip:
Zet een bamboe nooit onbeschermd naast een folievijver, de wortelstokken prikken
makkelijk door de vijverfolie heen! Bedenk ook voordat u een mooie bamboe aanschaft, of ze niet te hoog, te breed of te kolossaal wordt voor uw tuin.
Overwinteren van terras- en balkonplanten De zomer is voorbij en de herfst kleurt de bomen en struiken: tijd om voor de winterberging van de terras- en balkonplanten te zorgen. De meeste soorten hebben namelijk een tropische of subtropische herkomst en kunnen beslist niet buiten blijven staan. Voor sommige soorten is zelfs een enkel nachtvorstje al funest. En zijn uw troetelkinderen wél winterhard, maar staan ze in terracotta potten, dan moet u ook maatregelen treffen. Want hoe stevig terracotta er ook uitziet, het vriest snel kapot. Met een beetje voorzorg kunt u alle problemen voorkomen.
Voordat u gaat plantenGaat u terracotta sierpotten of betonnen troggen gebruiken? Bekleedt dan eerst, voordat u de pot met aarde vult, de binnenkant met bobbeltjesplastic, maar laat de ontwateringsgaten vrij. Controleer altijd of het water goed kan weglopen: ontbreken de gaten in de bodem, dan moet u ze zelf aanbrengen met een steenboor.
Begin bij het vullen van de pot met onderin een laag kiezel of kleikorrels (hydrokorrels), zodat overtollig water niet in de aarde blijft hangen. Een nog simpeler oplossing is een plastic binnenpot. In beide gevallen blijft het vocht grotendeels in de aarde en onderlaag, waardoor de terracotta pot geen vocht opneemt, wat het stukvriezen (meestal) voorkomt.
PlantenVul de pot losjes met de juiste potgrond, afhankelijk van de gekozen planten (gebruik geen zand of aarde uit de tuin). Maak een plantgat, spreidt de wortels uit, breng voldoende aarde aan, druk de aarde rond de plant goed aan en geef water.
In de volle grond is er voldoende ruimte voor voedselopname, maar in een pot kunnen de wortels zich maar beperkt ontwikkelen. En de in de potgrond aanwezige voedingsstoffen zijn na een week of vier opgesoupeerd. We moeten dus regelmatig bemesten.
Er zijn prima meststoffen in de handel, Phostrogen Plant Food is een mest die alle voedingselementen bevat. Koemestkorrels zijn ook geschikt, vooral voor heesterachtigen en rozen. Volg in alle gevallen de aanwijzingen op de verpakking op voor de dosering. Natuurlijk controleert u regelmatig of de grond niet te droog wordt. Vooral bij warm weer is het oppassen geblazen. Regelmatig water geven, behalve in de winter, is van levensbelang.
Wanneer naar binnen?Dat hoeft niet meteen na de zomer of aan het begin van de herfst. Te vroeg binnenhalen doet uw planten meer kwaad dan goed! Maar wanneer dan wel? Eerlijk gezegd is daar geen datum voor te geven, was het maar waar, dat zou een stuk makkelijker zijn. Eigenlijk moet u ze zo lang als mogelijk is buiten laten. Als u niet te veel planten hebt en geen zware potten of bakken, kunt u ze bij een te verwachten nachtvorstje het beste tijdelijk in schuur, garage of serre zetten. De andere dag kunnen ze dan weer naar buiten. Maar niet ‘s ochtends vroeg, want dan kan het nog vriezen!
Als het echte winteren gaat beginnen, geeft u ze een vaste plaats, waar ze het voorjaar kunnen afwachten. Vriest het een paar graden, dan kan een rietmat of bobbeltjesplastic een lekker dekentje voor ze zijn.
Tip:
Zware potten en kuipen vervoer je makkelijker met een kruiwagen. En op het balkon met een (inklapbaar) steekwagentje.
Wat is een geschikte plaats?De meeste planten stellen niet zoveel eisen: als hun tijdelijke behuizing maar aan een paar voorwaarden voldoet. Op de eerste plaats moet het er vorstvrij zijn en niet te warm. 5-10ºC is ideaal voor de meeste soorten. Bladhoudende planten, zoals struikmargrieten en citrusboompjes moeten daglicht hebben, dus vlak bij een raam staan of onder een lichtkoepel.
Door zo nu en dan voor frisse lucht te zorgen (niet als het vriest!) voorkomt u vervelende schimmelziekten. Planten die ‘s winters hun blad verliezen hebben minder licht nodig. Fuchsia’s houden een echte winterslaap als u ze in een (bijna) donkere kelder opbergt. Als uw tuin niet al te vochtig is, dan kunnen Fuchsia’s ook in een kuil worden ingegraven
U ziet, het is allemaal minder moeilijk dan u dacht. Heeft u al een goed plekje in gedachten? Een zolder kan, of de schuur als die vorstvrij te houden is. Garages zijn minder geschikt, omdat de uitlaatgassen van de startende auto schadelijk zijn voor uw wintergasten.
Een serre kan ook, maar het is er al gauw te warm. Bovendien zien de meeste planten er ‘s winters niet op hun voordeligst uit. Een kasje is natuurlijk ideaal, maar dat staat bij veel hobbytuiniers nog op het verlanglijstje.
|
|
|
|
 |
|
 |

|
 |