 |

|
|
|
Geraniums
|
 |
We bedoelen hier de vaste Geranium (ook wel ooievaarsbek genoemd) en niet de Pelargonium, een kamerplant die in de volksmond ook Geranium wordt genoemd. De vaste geranium is een winterharde plant in zo'n 300 verschillende soorten.
De naam geranium komt van de Griekse naam Geranion dat kraanvogel betekent. Dit verwijst naar de vrucht van het plantje dat lijkt op de kop en snavel van een kraanvogel of ooievaar, waar dus ook de Nederlandse naam 'ooievaarsbek' vandaan komt. Geraniums zijn bijzonder makkelijke planten: geef ze een plekje uit de volle zon en voldoende water, dat is alles. Door ‘scheuren’ kan deze plant worden vermeerderd.
Een geliefde geranium is de Macrorrhizum die er in verschillende variëteiten is. Ze hebben helder groene bladeren die doorgaans ook 's winters aan de plant blijven zitten en na de eerste vorst mooi rood verkleuren. De plant bloeit van april tot augustus en de bloemkleur varieert van wit tot roze en zelfs donkerrood (Bevan's Variety). Het blad van deze plant ruikt heerlijk en was vroeger de grondstof voor geraniumolie.
De Geranium phaem (of donkere ooievaarsbek) is bijzonder vanwege zijn dieppaarse tot bijna zwarte bloemen die de plant van mei tot augustus sieren. Ook het blad is vaak apart roodpaars gevlekt. Deze geranium wordt ongeveer 60 tot 80 cm hoog en doet het goed op een schaduwrijk plaatsje. Er is ook een witte variant: de 'Album'.
De Geranium platypetalum (afkomstig uit de Kaukasus) is ook een erg makkelijke en sterke plant. Hij heeft paarsblauwe bloemen met donkerpaars gekleurde adertjes. De bladeren zijn vrij groot en de stengels sterk behaard. Deze soort wordt ongeveer 50 cm hoog. De plant breidt zichzelf goed uit en is dus erg geschikt voor verwildering.
Een soort die het goed doet in rots- of muurtuintjes, is de Geranium sanguineum of bloedrode ooievaarsbek. Deze laagblijvende, langzaam groeiende plant bloeit de hele zomer door met paarsrode bloemen: een echte zonaanbidder.
|
|
|
|
 |
|
 |

|
 |