 |

|
|
|
Krokussen
|
 |
Als de krokussen gaan bloeien is de winter definitief op de terugtocht. De botanische of wilde krokussen zijn het vroegst: hun bloei begint eind januari en zal jaarlijks toenemen omdat ze makkelijk verwilderen. Krokussen zijn er in diverse kleuren en variëteiten. De wilde krokus komt oorspronkelijk uit de gebieden rond de Middellandese Zee.
Dit kleine, stengelloze en laagblijvende knolgewas dankt haar naam aan het Griekse woord 'krokos', wat saffraan betekent. Saffraan is een kruid dat veel in de Oosterse keuken wordt gebruikt en voort komt uit de geplukte en gedroogde meeldraden van de krokus. Voor degene die geen keuze kan maken, zijn er gemengde pakketten waarin alle kleuren vertegenwoordigd zijn: ideaal om een gazon of een rand langs een tuinpad mee op te sieren.
De botanische krokussen worden afgelost door de grootbloemige die tot in maart doorbloeien. Deze komen oorspronkelijk uit bergachtige gebieden, met name de Alpen en de Pyreneeën. Ook dit zijn echte blikvangers wanneer ze in lange linten of in groepen in gazons geplant worden. Grootbloemige krokussen kunnen ook als kleurrijke stippen in een lage beplanting gezet worden of als eerste bloeiers in potten en bloembakken. Alle krokussen reageren op het moment van bloeien op licht, wat betekent dat bij zonneschijn de bloemen open gaan terwijl ze op bewolkte dagen dicht blijven.
Houdt er rekening mee dat vogels erg gesteld zijn op krokussen: vooral de gele soorten hebben hun voorkeur. Na de winter hebben de vogels vaak een gebrek aan vitamine-C, wat ze snel willen aanvullen door de gele (vitaminerijke) bloemen te verslinden. De witte en paarse (en combinaties daarvan) laten ze vrijwel altijd met rust.
|
|
|
|
 |
|
 |

|
 |