 |

|
|
|
Vermeerdering van gewassen
|
 |
De geslachtelijke voortplanting waarbij zaden ontstaan, is eeuwenlang aan het toeval overgelaten. De mens vertrouwde op de wind en insecten voor de verspreiding van stuifmeel. Soms werd het toeval een handje geholpen door bijen te houden en bepaalde soorten naast elkaar te planten. Ook paste men het stekken al toe: deze nakomelingen worden het evenbeeld van de oorspronkelijke plant. Helaas laten niet alle gewassen zich zo vermeerderen, laat staan verbeteren, en men ging op zoek naar andere manieren.
Pas na 1900 begint de mens dit werkje van de natuur over te nemen. Men probeerde alle goede en gewenste eigenschappen in een plant te verenigen. De veredeling ontstond: het stuifmeel van de ene plant wordt doelbewust op de stamper van een andere overgebracht. Niets wordt aan het toeval overgelaten bij deze ‘genetische manipulatie’. Bij het kweken van bloemen ligt het accent op nieuwe kleuren (zoals een zwarte tulp), anders gevormde kroonbladeren of een sterkere steel. Bij groente en fruit is het doel vooral een grotere opbrengst, een andere smaak of immuniteit tegen ziekten of parasieten.
|
|
|
|
 |
|
 |

|
 |