 |

|
|
|
Grondsoorten
|
 |
De bodem is de basis voor de groei van planten: grondsoort, structuur en bemesting spelen dus een grote rol. Hoewel de meeste planten overal kunnen groeien, zullen ze het op ene grondsoort meer naar hun zin hebben dan op de andere. Als een plant op een bepaalde grondsoort niet thuis hoort, merkt u dat binnen afzienbare tijd. Zo'n plant groeit en bloeit minder goed dan een soortgenoot, die het wel naar z'n zin heeft. Heeft u een plant gekocht die eigenlijk niet helemaal thuis hoort in de grondsoort van uw tuin, dan kunt u de grond aanpassen aan de behoefte van de nieuwe aanwinst.
Klei-, zand- en veengrondGrond bestaat uit vaste deeltjes waartussen lucht en water zit. De vaste deeltjes verschillen sterk in grootte.
KleigrondKleigrond bestaat uit zeer kleine deeltjes, die heel dicht op elkaar zitten. Daarom is kleigrond een ‘zware grond’ met een vaste structuur. Kleigrond moet ieder najaar worden gespit en voorzien van organisch materiaal zoals bijvoorbeeld zelfgemaakte compost. In de zomer houdt u de bovengrond los door regelmatig te schoffelen. Op deze wijze zijn de wortels verzekerd van voldoende zuurstof.
Doordat kleigrond water goed vasthoudt, hoeft u vrijwel nooit water te geven. Daar staat tegenover dat er in natte periodes wel eens water blijft staan. Loop dan niet over de grond en geef het water rustig de tijd om te zakken.
ZandgrondZandgrond bestaat uit grote deeltjes, die los op elkaar zijn gestapeld. Planten op zandgrond hebben vrijwel nooit zuurstofgebrek, maar droogte kan wel problemen opleveren. Daarom is het raadzaam om vóór het planten een flinke hoeveelheid organisch materiaal door de grond te werken en tijdens de droge periode regelmatig water te geven. Maar met het water spoelen ook meststoffen weg. Voor een goede groei van de planten is het dan ook aan te raden om in elk geval ieder voorjaar te bemesten. Bij sterk groeiende gewassen strooit u in mei, en in juni nogmaals een beetje mest.
VeengrondVeengrond is een mengsel van aarde met verteerde en halfverteerde plantenresten. Veengrond is dus van nature rijk aan organisch materiaal. Een probleem is, dat de grond soms te nat is, of dat de grondwaterstand vrij hoog is. Dat kunt u verhelpen door bomen, struiken en vaste planten op een klein bergje te zetten. Daardoor kunnen de wortels dieper doordringen in de grond, waardoor ze een langer leven beschoren zijn.
BodemlevenEen gezonde grond is een actieve, levende grond. Er is plaats voor bacteriën, schimmels, insecten, wormen en ook voor een enkele muis of mol. Dit bodemleven is noodzakelijk om een rulle, vruchtbare, gezonde grond te houden.
Kalkarme en kalkrijke grondGrondsoorten zijn op verschillende manieren te onderscheiden. Er zijn klei- en zandgronden, humusarme en humusrijke gronden. Verder zijn er kalkarme en kalkrijke grondsoorten. Zit er veel kalk in de grond? Dan is de pH-zuurgraad hoger dan 7. Een grond met weinig kalk heet een zure grond; de pH waarde is lager dan 7. (Bij een neutrale grond is de pH ongeveer 7). De meeste planten groeien het liefst in een neutrale of enigszins zure grond. Sommige planten, zoals heide, rododendron en azalea, geven de voorkeur aan een zeer zure grondsoort. Met een kleine test kunt u makkelijk bepalen hoe zuur uw grond is. Een te zure grond wordt in het najaar bijgemest met kalk: dit helpt mee aan het behoud van een goede structuur en een gezond bodemleven en zorgt ervoor dat voeding uit de grond vrijkomt voor de plant. Teveel kalk is voor de meeste planten echter ook weer niet goed. Gebruik daarom op kalkrijke gronden zure meststoffen en turf.
|
|
|
|
 |
|
 |

|
 |