|
Voor veel mensen is snoeien, maar een moeilijke materie. Wanneer doe je het goed en wanneer fout? De diversiteit in de plantenwereld is zo groot dat je niet met 10 regels alle vragen hebt beantwoord. Maar als je deze ‘geboden’ respecteert, heb je een goede basis.
1. Iedere plant leeft ervoor om zich te vermenigvuldigen en om de 'schade’ te herstellen die we door snoeien veroorzaken. 2. Beschadigde takken, zieke takken en dode takken zijn niet goed voor de gezondheid van de struik. Snoei die altijd weg. 3. Door het snoeien verliest een plant of heester een gedeelte van zijn voedsel. Daar moet dan wel extra voeding voor de wortels tegenover staan. 4. De sappen in planten, heesters, etc. stijgen op van de wortels naar de toppen van de twijgen of de stengels. Dat heeft tot gevolg dat knoppen aan de ‘uiteinden’ van afgesnoeide takken en stengels het eerst zullen doorbreken, na het snoeien. 5. Als we snoeien boven een zijscheut of knop, zullen de sappen naar die zijscheut of knop worden geleid en zal daar dus reactie komen. 6. Door snoeien wordt de bloei vertraagd. 7. In jonge scheuten zit meer levenskracht dan in oude scheuten, die vaak een ‘slapend’ bestaan leiden. Iedere plant/heester zal zijn energie in eerste instantie naar de jonge scheuten leiden. 8. Door jonge, nieuwe scheuten weg te snoeien, zullen er weliswaar minder bloemen en vruchten komen, maar ze zullen wel een betere kwaliteit hebben, cq. groter worden. 9. Meer licht in het centrum van een struik, geeft een betere gezondheid. Dat geeft de struik dan weer meer kracht voor de productie van bloemknoppen (en/of fruit). 10. Takken die horizontaal groeien, brengen meer bloemen en fruit dan recht omhoog groeiende takken.
|